De onroerende voorheffing is een heffing op onroerende goederen. Dit kunnen gronden, gebouwen, of sommige soorten van bedrijfsuitrusting (materieel en outillage) zijn. Het is een jaarlijkse belasting die berekend wordt op het geïndexeerde kadastraal inkomen van onroerende goederen.
Sinds 1999 wordt de onroerende voorheffing op onroerende goederen gelegen in het Vlaams gewest geïnd door de Vlaamse overheid. De verwerking van de dossiers gebeurt door de Vlaamse Belastingdienst.
De te betalen onroerende voorheffing is gebaseerd op het (geïndexeerd) kadastraal inkomen. Het bepalen van dit kadastraal inkomen gebeurt door de federale overheid, meer bepaald door de algemene administratie der patrimoniumdocumentatie (AAPD).
De onroerende voorheffing die u betaalt, bestaat uit 3 delen:
- de basisheffing is bestemd voor de Vlaamse overheid
- op deze basisheffing mogen de provincies opcentiemen heffen
- ook de gemeenten mogen op deze basisheffing opcentiemen heffen
Belangrijk: elke gemeente en elke provincie bepaalt zelf de hoogte van haar opcentiemen. Ook de hoogte van het kadastraal inkomen is verschillend van goed tot goed.
Het totaal bedrag van de onroerende voorheffing wordt dus bepaald door het kadastraal inkomen en de hoogte van de opcentiemen.
Daarnaast zijn er ook verminderingen mogelijk. Zo kan de gezinssituatie van de bewoner het te betalen bedrag aan onroerende voorheffing beïnvloeden. Heeft u bijvoorbeeld minstens 2 kinderbijslaggerechtigde kinderen of is een van de bij u inwonende gezinsleden een gehandicapte, dan komt u in aanmerking voor een of meerdere verminderingen op uw onroerende voorheffing.
In bepaalde gevallen wordt zelfs vrijstelling van onroerende voorheffing verleend. De aard van het onroerend goed of de hoedanigheid van de houder van het zakelijk recht op dit onroerend goed zijn slechts enkele elementen die aanleiding kunnen geven tot vrijstellingen van onroerende voorheffing.
De onroerende voorheffing is in principe verschuldigd door de belastingplichtige die op 1 januari van het aanslagjaar het zakelijk recht bezit. Bij een verkoop wordt soms overeengekomen dat de koper een deel van de onroerende voorheffing voor het lopende aanslagjaar ten laste neemt. Het Vlaams gewest beschouwt steeds diegene die op 1 januari van het aanslagjaar houder is van het zakelijk recht als belastingplichtige voor de onroerende voorheffing met alle hieraan verbonden gevolgen inzake de invordering van eventueel niet betaalde schulden terzake.
Jaarlijks ontvangt u van de Vlaamse Belastingdienst een aanslagbiljet voor de onroerende voorheffing. Dit moet u betalen binnen de termijn die op het aanslagbiljet vermeld staat. Als u dit niet tijdig doet, loopt u het risico bijkomende (nalatigheids)intresten of andere kosten te moeten betalen.
Voor nieuw gebouwde onroerende goederen is de onroerende voorheffing voor de eerste keer verschuldigd voor het jaar dat volgt op het jaar van de ingebruikname van het onroerend goed. U bent dus geen onroerende voorheffing verschuldigd voor het jaar van ingebruikname zelf. Ook hiervoor ontvangt u automatisch een eerste aanslagbiljet.
De wettelijke basis van de onroerende voorheffing is terug te vinden in het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (WIB '92), en meer bepaald in de artikelen 251 tot en met 260ter WIB '92. U kan deze artikelen raadplegen via Fisconet.
De Vlaamse decreetgever heeft reeds herhaaldelijk van zijn bevoegdheid gebruik gemaakt om wat het Vlaams gewest betreft bepaalde van hoger genoemde artikelen te wijzigen. De regelgeving onroerende voorheffing verschilt daardoor naargelang het onroerend goed gelegen is in het Vlaams, Brussels of Waals gewest.
De Vlaamse overheid is ook bevoegd om zelf interpretatie te geven aan de toepasselijke wetsbepalingen. Dit gebeurt bij omzendbrief.
Naast deze specifieke bepalingen gelden inzake onroerende voorheffing een aantal algemene bepalingen. Die zijn gemeenschappelijk voor de 3 gewesten.
- In de eerste plaats zijn er bepalingen met betrekking tot de vestiging en de invordering van de belasting, bv. de aanslag- en bezwaartermijnen, de regeling van intresten,... Meer informatie over deze bepalingen vindt u in de artikelen 297 tot en met 463 WIB '92. U kan deze raadplegen via Fisconet.
- Daarnaast is ook de bepaling van het kadastraal inkomen aan bepaalde regels onderworpen. Meer informatie hierover vindt u in de artikelen 472 tot en met 504 WIB '92. U kan deze raadplegen via Fisconet.
U dient dan een bezwaarschrift in, dit kan schriftelijk. In dat geval vermeldt u in een brief de reden(en) waarom u niet akkoord kunt gaan met de aanslag. Voeg zo mogelijk ook de argumenterende bewijsstukken toe. Vervolgens stuurt u het bezwaarschrift, samen met de bewijsstukken en een kopie van uw aanslagbiljet naar de Vlaamse Belastingdienst, Bauwensplaats 13 bus 2, 9300 Aalst. Dit moet u binnen de 3 maanden na ontvangst van het aanslagbiljet. Het versturen van het bezwaarschrift kan zowel per gewone post als via aangetekende zending. Bezwaar indienen kan echter ook via deze website volledig
online gebeuren. Het volstaat in dat geval dat u het bezwaarschrift elektronisch indient. U tekent in dat geval uw bezwaarschrift met uw token of elektronische identiteitskaart.
Met betrekking tot onroerende voorheffing zijn een heel aantal elektronische formulieren uitgewerkt. Deze staan ter beschikking in ons
digitaal loket, en op
onze formulierenpagina's.